Aandelen

Om kort samen te vatten : aandelen zijn voor mij de beste manier om te beleggen. Zowel op korte als op lange termijn.

Maar je moet daarbij altijd de basisregels in gedachten houden :
- enkel met geld dat je niet onmiddellijk nodig hebt;
- enkel met aandelen van bedrijven die je kent, en waar je vertrouwen in hebt.

Hou rekening met de samenhang tussen opbrengst en risico. Hoger risico brengt kans op hogere winst... en omgekeerd.

Soorten aandelen

Er bestaan verschillende soorten aandelen. Volgend overzicht vond ik op de website van De Tijd :


Een eerste onderscheid kan je maken naar stemrecht. De meeste aandelen zijn stemgerechtigd, maar er bestaan ook niet-stemgerechtigde aandelen. Een ander onderscheid is er naar verhandelbaarheid. De meeste aandelen zijn uitgegeven 'aan toonder', maar er bestaan ook aandelen 'op naam'.

In België zijn de meeste aandelen aan toonder, maar nog niet geheel volgestorte aandelen zijn nog steeds nominatief. Bij aandelen aan toonder is in principe de bezitter ook de eigenaar. De overdracht van aandelen aan toonder impliceert meteen eigendomsoverdracht, waardoor ze erg eenvoudig te verhandelen zijn. Bij nominatieve aandelen is de naam van de eigenaar ingeschreven op het aandeelhoudersregister van de onderneming. Dat moet aangepast worden als de aandelen op naam worden verkocht. In de praktijk gebeurt dit meestal erg snel, zodat aandelen op naam even vlot worden verhandeld als aandelen aan toonder.

Er bestaan nog andere criteria waarmee je aandelen in verschillende categorieën kan onderbrengen. Een van de meest voorkomende soorten aandelen zijn gewone of kapitaalaandelen. Die vertegenwoordigen een bepaald deel van het maatschappelijk vermogen. Daarnaast heb je bevoorrechte of preferente aandelen. Ook die vertegenwoordigen een deel in het maatschappellijke vermogen, maar hebben welomschreven voorrechten op de kapitaalaandelen. Die voorrechten - bijvoorbeeld het recht op een hogere deelname in de winst - worden in de statuten bepaald.

Fiscaal voordeel

In het kader van het Crisisplan (herfst 1993) creëerde de Belgische regering de VV-aandelen: aandelen met verminderde roerende voorheffing. Die werden belast tegen het lagere tarief voor roerende voorheffing van 13,39 procent, in plaats van de normale roerende voorheffing van 25 procent. De wet van 20 december 1995 bracht de roerende voorheffing voor deze aandelen op 15 procent. In eerste instantie konden enkel nieuwe aandelen genieten van het VV-statuut.

Sinds de wet Cooreman-De Clercq uit 1982 bestonden er eigenlijk al aandelen met fiscaal voordeel, de FV-aandelen. Die noteerden met een discount, wegens hun lagere liquiditeit. In 1994 werden FV- en VV-aandelen gelijkgeschakeld. Het werd ook mogelijk gemaakt om het couponrecht dat het VV-recht vertegenwoordigt afzonderlijk te noteren. Dit 'strippen' van de VV-aandelen ging van start in 1995.

Oprichters -en winstaandelen

Een ander onderscheid wordt gemaakt tussen oprichters- en winstaandelen. In tegenstelling tot gewone aandelen vertegenwoordigen die geen stuk van het kapitaal en weerspiegelen ze geen inbreng in geld of natura.

Oprichtersaandelen worden toegekend aan de oprichters van de vennootschap als vergoeding voor hun medewerking, hun relaties of hun technische inbreng. Ze worden vaak gebruikt wanneer de ondernemer die een zaak opstart over relatief weinig kapitaal beschikt en dus een financiële partner onder de arm moet nemen. Ze geven recht op een deel in de winst van een vennootschpa, gewoonlijk in de vorm van een deel van de 'overwinst'. Dat is het gedeelte van de winst dat overblijft na toekenning van een bepaald deel van de winst aan de overige aandeelhouders)

Winstaandelen geven ook recht op een deel van de winst, in overeenstemming met wat de statuten daarover vastleggen. Ze vertegenwoordigen dus niet het eigen vermogen. Winstandelen worden meestal gebruikt om de eerste onderschrijvers extra te belonen.

Ook winstbewijzen en genotsaandelen zijn aandelen waar geen inbreng van geld of middelen tegenover stond. Hun precieze kenmerken en eigenschappen moeten in de statuten van de vennnootschap worden vastgelegd. De statuten bepalen ook of ze al dan niet stemrecht hebben, en wat de rechten zijn bij de ontbinding van de vennootschap.

Bel 20

De Bel20 wordt samengesteld op basis van de index van de koersen van de 20 meest verhandelde bedrijven met een notering op Euronext.

Een bedrijf dat voor de Bel20 in aanmerking wil komen, dient enkele voorwaarden in acht te nemen. In de eerste plaats is het aantal aandelen dat wordt verhandeld beslissend voor een opname. Daarnaast moet minstens 15 procent van de aandelen vrij verhandelbaar zijn en minstens een kwart van dat aantal per jaar van eigenaar wisselen. Die vrij verhandelbare aandelen noemt men de 'free float'.

De strenge criteria die gelden voor een opname in de index hebben een stijgende koers tot gevolg. Dat komt doordat bepaalde financiële instrumenten die de markten volgen - zoals bijvoorbeeld beleggingsfondsen - de aandelen van een Bel20-lid zullen kopen. Bovendien is de media-aandacht voor bedrijven van de index altijd wat groter.

Het bedrag van die vrij verhandelbare beurswaarde (free float) werd door een nieuw en strenger indexreglement eind 2004 vastgelegd op 500.000 keer de Bel20-koers in euro. Omgerekend betekent dat 1,56 miljard euro.

Het nieuwe reglement stuit op veel protest, want enkele bedrijven dreigen daardoor uit de boot te vallen. De gevolgen voor een bedrijf dat uit de index verwijderd wordt, zijn dan ook niet gering. De financiële instrumenten die aandelen gekocht hadden zullen die nu verkopen, waardoor de koers daalt. Voor één bedrijf is het pleit reeds beslecht. Almanij werd opgenomen in KBC Group en beantwoordt als afzonderlijk aandeel niet aan de nieuwe eisen. Door de felle kritiek op het verstrengde indexreglement krijgen de andere belaagde Bel20-leden tot eind 2006 de tijd om zich aan de nieuwe regels aan te passen.

Euronext

In België worden aandelen verhandeld op Euronext Brussel. Dit is een aandelenbeurs :
de fusievennootschap tussen de beurzen van Amsterdam, Brussel, Parijs en Lissabon.

Op deze Euronext beurs worden vraag en aanbod van aandelen samengebracht.

Voor aandelen die in België verhandeld worden is dit dan ook de meest aangewezen plaats.

Oorspronkelijk overkoepelde de fusievennootschap Euronext de beurzen van Amsterdam, Brussel en Parijs. De beurs van Lissabon volgde later. Met de fusie beoogt Euronext een eenvormigheid van de marktmodellen en een harmonisering van de noterings- en informatievereisten voor de genoteerde bedrijven. Per land gelden er niettemin nog enkele regels die door de nationale wetgeving worden opgelegd. In 2001 werd de Londense beurs voor afgeleide producten Liffe (London International Financial Futures and Options Exchange) lid van Euronext. Daarmee werd de concurrentiepositie van Euronext op de internationale aandelenmarkt aanzienlijk sterker.

Korte termijn speculatie op aandelen

Zoals beloofd, een voorbeeld van deze techniek.

Geef een verkooporder in, met een limiet iets onder de bovenkant van de hoogste koers waarop je het aandeel ziet gaan. Geef een aankooporder in, met een limiet iets boven de onderkant van de laagste koers.

Bv. KBC : het aandeel schommelt tussen 62 en 68 euro, met meestal een gemiddelde koers van 65 euro. Zet een aankooporder in voor 200 aandelen aan 62.10 euro. Zet een verkooporder in voor 200 aandelen aan 67.90 euro.

Als het aandeel effectief tussen die grenzen fluctueert, zal je af en toe een aankoop of een verkoop doen. Als een aankoop gebeurt - zet dan een verkooporder in aan een limietkoers waarmee je genoegen neemt.

Bv. het aandeel zakt eventjes tot 61.90. Jouw aankooporder wordt uitgevoerd aan 62.10. Je hebt dan 200 aandelen gekocht aan 62.10 euro. Beurskosten bedragen ongeveer 50 euro.

Dan zet je een verkooporder in aan limiet van bijvoorbeeld 64.60 euro.

Als het aandeel stijgt, wordt je verkooporder uitgevoerd : 200 aandelen aan 64.60. Beurskosten bedragen opnieuw ongeveer 50 euro.

Aankoop : 62.10 x 200 = 12420
Verkoop : 64.60 x 200 = 12920
Beurskosten : 2 x 50 = 100

Winst = 12920 - 12420 - 100 = 400.

Deze schommelingen kunnen gemakkelijk op twee weken tijd gebeuren.

Het rendement wordt dan : 400/12420 = 3.22% . Als dit op twee weken gebeurde, is het jaarlijkse rendement (ongeveer) : 82 %. Mooi, niet ?

Pas op : het risico is hier wel zeer hoog.

Speculeren op aandelen

Een tweede strategie om met aandelen te werken is : speculeren op de korte termijn.

Vergeet echter nooit mijn twee basisregels : enkel met geld dat je niet nodig hebt, en enkel met aandelen waarvan je overtuigd bent (en die je bereid bent langere termijn, +8 jaar, in portefeuille te houden als het slecht loopt).

Dit is de theorie.

Je kiest een aandeel uit dat voldoende volatiliteit heeft : het aandeel moet regelmatig naar boven en naar beneden bewegen. Een band van 5 a 10 % is geschikt.

Dat aandeel moet ook aan je kwaliteitseisen voldoen : je moet overtuigd zijn van het potentieel van dat aandeel. Stel jezelf de vraag : zou ik dit aandeel gewoon kopen, om het minstens acht jaar bij te houden - omdat ik overtuigd ben dat het zal stijgen over die periode ?

Je koopt een aantal van die aandelen aan. De hoeveelheid moet voldoende zijn om de beurskosten van aan- en verkooporders op te vangen.

Daarna zet je zowel een verkoop- als een aankooplimiet.

Morgen geef ik een voorbeeld.

Lange termijn belegging in aandelen

Bij aandelenbeleggingen heb je ruwweg twee grote strategieën.

De eerste is een lange termijn belegging. Met lange termijn bedoel ik langer dan acht jaar.

Uit studies is gebleken dat, als je een horizon neemt van ten minste acht jaar, de aandelen er in het verleden altijd als belegging met het hoogste rendement uitgekomen zijn. Beter dan spaarboekje, beter dan obligaties, beter dan om het even wat.

Mijn overtuiging is, dat je op die langere termijn, het gemiddelde niet kan verslaan. Het gemiddelde bij aandelenbeleggingen is meestal een beursindex.

Ook rond veiligheid moet je goed nadenken. Een aandelenbelegging op langere termijn moet het ook hebben van een degelijke spreiding. Je moet spreiden over verschillende sectoren, over verschillende landen, over verschillende munten.

Daarom ben ik voorstander om, als je een belegging kiest op langere termijn, die te laten voldoen aan volgende criteria :
- minstens acht jaar lopend, liefst open (zonder vervaldag);
- volgen van een bepaalde korf van aandelen, zonder actief beheer;
- degelijke spreiding over sectoren/landen/munten.

Als 'kleine belegger' heb je meestal niet de middelen om je belegging ten volle aan die criteria te laten voldoen.

De beste oplossing is m.i. dan ook een beleggingsfonds te kiezen.

Dividend strategie 2

Bij dividenden pas ik liever een andere strategie toe.

Een aandeel heeft een 'psychologische' koerswaarde. Dit is de waarde die het algemene beurspubliek op dat moment aan een bepaald aandeel meegeeft.
Bijvoorbeeld : het aandeel KBC wordt gewaardeerd op 65 euro. Dit bedrag kan dagelijks wat schommelen, maar het is een gemiddelde van wat alle beurshandelaars dat bedrijf waard zien.

Als een dividend uitgekeerd wordt, gaat in principe de koers van dat aandeel zakken met het bedrag van het dividend.

Stel : KBC keert een dividend van 2 euro uit. Op de dag van de uitkering zakt de koers van het aandeel KBC van 65 naar 63 euro. De beleggers gaan ervan uit dat door de uitkering van dat dividend diezelfde waarde het bedrijf verlaat.

Nu is mijn overtuiging dat na een bepaalde tijd (dit kan na een week, of na een maand zijn) het aandeel toch terugkomt op bovenvermelde psychologische koerswaarde - ongeacht het uitgekeerde dividend.

De strategie is nu om vlak voor de dividenduitkering het aandeel aan te kopen. Je ontvangt het dividend - en initieel zakt de koers van het aandeel. Na een tijdje zit het aandeel terug op zijn beginwaarde : dan verkoop je het aandeel terug.
Je wint niet op de aankoop en verkoop van het aandeel (dit zou break-even moeten zijn). Maar ondertussen heb je wel het dividend op zak gestoken... en dat zonder je geld een volledig jaar te investeren in dat aandeel.

Pas op ! Dit is enkel mijn theorie...

Uiteraard werkt dit enkel bij aandelen die volatiel genoeg zijn, en die een voldoende hoog dividend uitkeren (je moet ook rekening houden met de beurskosten van aan- en verkoop).

Ik blijf ook overtuigd van mijn vroeger vermelde basisregels : je moet geloven in het bedrijf en zijn sector, en in het slechtste geval bereid zijn om die aandelen bij te houden als de koers onverwacht toch zou zakken.

Dividendstrategie

Eén strategie bij beleggen is om te werken op het aandelendividend. Dan koop je een aandeel dat een hoog dividend uitkeert, en hou je dat aandeel omwille van het jaarlijkse dividend. Elke bijkomende winst op het aandeel zelf is meegenomen.

Dit is de typische 'brave huisvader' strategie. De aandelen die hiervoor meestal in aanmerking komen zijn van bedrijven in nutsvoorzieningen (Electrabel, Elia) of in de financiële sector (KBC, Fortis).
Je kan dan rekenen op een dividend van 3 a 4 procent.

Strip op dividend

De strips die bij sommige aandelen horen, worden ook onafhankelijk op de beurs verhandeld.

Je kan die dus, los van het aandeel, kopen of verkopen.

Een voorbeeld : het KBC aandeel noteert op de Brusselse beurs. Los daarvan kan je de KBC strip kopen en verkopen : koers op De Tijd.

Dividend

Een aandeel geeft ook recht op een dividend.

Als een bedrijf winst maakt, keert het één keer per jaar een stuk van die winst uit aan de eigenaars, de aandeelhouders. Dit is een dividend.

Op een dividend betaal je belasting : meestal is dat 25 %. Deze belasting heet roerende voorheffing.

De roerende voorheffing wordt rechtstreeks afgehouden - het is niet iets wat je achteraf in je belastingsbrief moet aangeven.

Op sommige aandelen zijn ook 'strips' uitgegeven. Deze strips zijn extraatjes, die je aan een aandeel kan hechten. Ze geven recht op een vermindering van de roerende voorheffing. Een aandeel waar een strip bij zit, geeft recht op een dividend met slechts 15 % roerende voorheffing.

Een degelijke markt

Naast de degelijkheid van het bedrijf, wil ik ook dat dat bedrijf zich in een degelijke markt bevindt.

De toekomstperspectieven van die markt moeten stroken met mijn visie op de toekomst.

Een voorbeeld : persoonlijk geloof ik in de kracht van het internet - zeker in bepaalde sectoren. Ik ben er van overtuigd dat bv. in de reissector het internet alle tussenpersonen (reisagentschappen) zal wegvagen, of toch tot niche-spelers zal terugbrengen.

Daarom zal ik nooit investeren in aandelen van reisagentschappen - hoe goed die het momenteel ook doen. Omdat ik denk dat die markt binnen tien jaar niet meer zal bestaan.

Aandelenbelegging

Mijn favoriete belegging : aandelen.

Als je een aandeel koopt, koop je eigenlijk een klein stukje eigendom van een bedrijf.
Daarmee heb je enerzijds stemrecht op de algemene vergadering van het bedrijf, anderzijds heb je recht op uitkering van de winst - dividend genaamd.

Dit moet je altijd goed in je achterhoofd houden. Je aandeel vertegenwoordigt een stuk van het bedrijf. Als het bedrijf het goed doet, stijgt de waarde van het bedrijf - en dus ook van jouw stukje eigendom. Als het bedrijf het slecht doet, daalt de waarde van het bedrijf - en dus ook van jouw stukje eigendom. Als het bedrijf failliet gaat, is het niets meer waard - en is ook je aandeel niets meer waard.

Als je dus in een aandeel belegt, is het aangeraden om het achterliggende bedrijf te leren kennen. Zit het in een goeie markt ? Werkt het efficiënt en klantvriendelijk ? Hoe is hun prijszetting ? Wie is het management ?

Deze zaken kunnen je inzicht geven in het lange-termijnsperspectief van dat bedrijf, en dus van dat aandeel.

Als ik een aandeel koop - ook al is het om op korte termijn te speculeren - dan doe ik dat alleen van bedrijven waarvan ik denk : binnen tien jaar zou ik nog altijd graag dat aandeel in bezit hebben.

Als de onmiddellijke winst niet komt (er zijn bv. bomaanslagen of zo...), dan moet je met een gerust hart dat aandeel kunnen laten zitten tot er wel winst op zit. Al is het tien jaar.

Eerste selectiecriterium is dus : een degelijk bedrijf, in een degelijke markt.

Mijn beleggers basisprincipe

Bij mijn beleggingsstrategie vertrek ik vanuit dit basisprincipe : er is een duidelijk verschil tussen beleggen en speculeren.

Als het gaat over beleggen, dan denk ik over een langere termijn. Periodes van tien jaar en meer. Bovendien wil ik dan een goed afgewogen risico : een stuk kapitaalsbescherming, een stuk vastrentend, een goede verdeling over aandelen en obligaties, een goede muntverdeling... Het derde criterium is : ik wil er niet naar omkijken. In principe moet ik die belegging kunnen doen, het document in mijn kluis stoppen, en pas na tien jaar weer bovenhalen.

Niets spannends aan, gewoon gezond verstand : een appeltje voor de dorst, voor mijn pensioen.

Maar als we spreken over speculeren... Dan zegt de ondernemer in mij dat high risk/high yield toch wel een mooie afspraak is. Dan wil ik vijf keer per dag naar de koers kijken. Dan wil ik resultaat van minstens 5% op maximum een maand.
Die 'casino'-aanpak moet ik echter zoveel als mogelijk intomen. Ook hier geldt weer de 'gezond verstand' regel : beleggen in aandelen van degelijke bedrijven, die ook op langere termijn blijven bestaan.

Los van deze basisregel, is het eerste principe : enkel beleggen/speculeren met geld dat je niet (onmiddellijk) nodig hebt.

Mijn visie op beleggen

Dit is mijn persoonlijke blog over mijn visie op beleggen en investeren.