Soorten aandelen

Er bestaan verschillende soorten aandelen. Volgend overzicht vond ik op de website van De Tijd :


Een eerste onderscheid kan je maken naar stemrecht. De meeste aandelen zijn stemgerechtigd, maar er bestaan ook niet-stemgerechtigde aandelen. Een ander onderscheid is er naar verhandelbaarheid. De meeste aandelen zijn uitgegeven 'aan toonder', maar er bestaan ook aandelen 'op naam'.

In België zijn de meeste aandelen aan toonder, maar nog niet geheel volgestorte aandelen zijn nog steeds nominatief. Bij aandelen aan toonder is in principe de bezitter ook de eigenaar. De overdracht van aandelen aan toonder impliceert meteen eigendomsoverdracht, waardoor ze erg eenvoudig te verhandelen zijn. Bij nominatieve aandelen is de naam van de eigenaar ingeschreven op het aandeelhoudersregister van de onderneming. Dat moet aangepast worden als de aandelen op naam worden verkocht. In de praktijk gebeurt dit meestal erg snel, zodat aandelen op naam even vlot worden verhandeld als aandelen aan toonder.

Er bestaan nog andere criteria waarmee je aandelen in verschillende categorieën kan onderbrengen. Een van de meest voorkomende soorten aandelen zijn gewone of kapitaalaandelen. Die vertegenwoordigen een bepaald deel van het maatschappelijk vermogen. Daarnaast heb je bevoorrechte of preferente aandelen. Ook die vertegenwoordigen een deel in het maatschappellijke vermogen, maar hebben welomschreven voorrechten op de kapitaalaandelen. Die voorrechten - bijvoorbeeld het recht op een hogere deelname in de winst - worden in de statuten bepaald.

Fiscaal voordeel

In het kader van het Crisisplan (herfst 1993) creëerde de Belgische regering de VV-aandelen: aandelen met verminderde roerende voorheffing. Die werden belast tegen het lagere tarief voor roerende voorheffing van 13,39 procent, in plaats van de normale roerende voorheffing van 25 procent. De wet van 20 december 1995 bracht de roerende voorheffing voor deze aandelen op 15 procent. In eerste instantie konden enkel nieuwe aandelen genieten van het VV-statuut.

Sinds de wet Cooreman-De Clercq uit 1982 bestonden er eigenlijk al aandelen met fiscaal voordeel, de FV-aandelen. Die noteerden met een discount, wegens hun lagere liquiditeit. In 1994 werden FV- en VV-aandelen gelijkgeschakeld. Het werd ook mogelijk gemaakt om het couponrecht dat het VV-recht vertegenwoordigt afzonderlijk te noteren. Dit 'strippen' van de VV-aandelen ging van start in 1995.

Oprichters -en winstaandelen

Een ander onderscheid wordt gemaakt tussen oprichters- en winstaandelen. In tegenstelling tot gewone aandelen vertegenwoordigen die geen stuk van het kapitaal en weerspiegelen ze geen inbreng in geld of natura.

Oprichtersaandelen worden toegekend aan de oprichters van de vennootschap als vergoeding voor hun medewerking, hun relaties of hun technische inbreng. Ze worden vaak gebruikt wanneer de ondernemer die een zaak opstart over relatief weinig kapitaal beschikt en dus een financiële partner onder de arm moet nemen. Ze geven recht op een deel in de winst van een vennootschpa, gewoonlijk in de vorm van een deel van de 'overwinst'. Dat is het gedeelte van de winst dat overblijft na toekenning van een bepaald deel van de winst aan de overige aandeelhouders)

Winstaandelen geven ook recht op een deel van de winst, in overeenstemming met wat de statuten daarover vastleggen. Ze vertegenwoordigen dus niet het eigen vermogen. Winstandelen worden meestal gebruikt om de eerste onderschrijvers extra te belonen.

Ook winstbewijzen en genotsaandelen zijn aandelen waar geen inbreng van geld of middelen tegenover stond. Hun precieze kenmerken en eigenschappen moeten in de statuten van de vennnootschap worden vastgelegd. De statuten bepalen ook of ze al dan niet stemrecht hebben, en wat de rechten zijn bij de ontbinding van de vennootschap.