Google

De Beursganger

Meer dan 200 procent is het aandeel van internetzoekrobot Google gestegen sinds het in augustus 2004 voor het eerst op de Nasdaq noteerde. Maar om Google nu nog te kopen? Tegen een koers-winstverhouding van 90? Dat is alleen de moeite als Google het Microsoft van de toekomst wordt. En daarop gokken is net iets te veel gevraagd.

Nog maar tien jaar geleden was Google nog louter een intellectueel spelletje van twee doctoraatsstudenten computerwetenschappen.

Vandaag werken 4.100 personeelsleden in het bedrijf van Sergey Brin en Larry Page en doorzoekt hun technologie elke seconde meer dan acht miljard internetpagina’s.

De software kan sinds kort ook gebruikt worden om via het internet te bellen, satellietfoto’s te bekijken of de harde schijf van een computer te doorbladeren.

Google kwam verleden jaar op de beurs, tegen een introductieprijs van 85 dollar. Vandaag kost een aandeel 310 dollar. Die explosie heeft ervoor gezorgd dat Google nu meer waard is dan Boeing en Walt Disney. Met een beurskapitalisatie van 86,5 miljard dollar klopt het bedrijf ook de internetpioniers eBay (57,7 miljard dollar marktwaarde) en Yahoo (47,8 miljard dollar).

Is Google een hype? Nee. Het bedrijf maakt winst (iets wat dotcoms in de jaren negentig niet deden) en slaagt erin de omzet jaar na jaar sterk te doen groeien. De kwartaalcijfers die het tot nog toe publiceerde, zijn telkens beter dan wat een legertje analisten voorspeld had. Is Google dan een goede belegging? Ook niet. Tegen de huidige koers is een aankoop van een aandeel Google alleen te verantwoorden wanneer het bedrijf erin slaagt uit de groeien tot het Microsoft van het begin van de 21ste eeuw. Die kans is even groot als de mogelijkheid dat de Rode Duivels alsnog naar het WK voetbal kunnen. Conclusie? Google houden mag, het aandeel kopen nu even niet. Voor de ongelovigen vijf redenen om die goede raad te volgen.

1. ALLES HEEFT ZIJN PRIJS

Wie een aandeel koopt, plakt eigenlijk een prijs op de winststroom die dat bedrijf hopelijk gaat realiseren. Op lange termijn zijn de beurskoersen een afspiegeling van de bedrijfswinsten. Een conventionele manier om een waarde te plakken op de verwachte winst, is de koers-winstverhouding per aandeel te berekenen (de beurskoers gedeeld door de winst per aandeel). Hoe hoger dat cijfer, hoe duurder het aandeel. Google noteert vandaag tegen een koerswinstverhouding (k/w) van 90, een astronomisch hoog cijfer. Voor een Amerikaans technologiebedrijf ligt de k/w gemiddeld op 22, voor de bredere markt (de S&P500) zelfs op amper 16,23.

Die cijfers zijn berekend op basis van historische (‘echte’ winstcijfers).

Nu zou je kunnen argumenteren dat een bedrijf als Google een extra hoge prijs rechtvaardigt omdat het veel meer winstpotentieel heeft dan een conventionelere onderneming. Dat potentieel komt pas tot uiting als je een schatting maakt over de winstevolutie van de volgende jaren. Maar zelfs in die logica blijft Google erg duur: op basis van ramingen van analisten bedraagt de k/w over 2006 42. Wie nu een aandeel koopt, betaalt dus 42 keer de winst per aandeel die het bedrijf over meer dan een jaar hoopt te rapporteren: om dat te durven moet een belegger getuigen van een geloof dat aan blindheid grenst.

2. DE GEKTE SLAAT WEER TOE

De gekke tijden op de aandelenmarkten hebben Google zo belachelijk duur helpen te maken. Bedrijven komen weer bij bosjes naar de beurs, aangelokt door de recente hausse van de koersen. In augustus trok de grootste internetzoekrobot van China (Baidu. com) nog naar de beurs van New York – twee hypes (China en internet) in één klap. Ook fusies en overnames zijn weer in. Omdat de rente laag is en ze hun eigen dure aandelen als pasmunt kunnen gebruiken, zijn veel overnemers bereid waanzinnige prijzen voor hun prooien te betalen. Zo zal eBay tussen de 2,6 miljard dollar en 4,1 miljard dollar neertellen voor het internettelefoonbedrijf Skype (waarvan de naam misschien niet toevallig rijmt op hype). Skype heeft een omzet van 60 miljoen dollar en telt 50 miljoen gebruikers. Velen gebruiken de diensten van het bedrijf bijna gratis. Toch is eBay dus bereid tot bijna 100 dollar per klant te betalen.

Ook Google laat de gekte niet ongebruikt voorbijgaan. Het profiteert deze maand van zijn eerste verjaardag en de torenhoge waardering voor zijn aandelen om wat bij te tanken: Google gaat in één klap nog eens 4 miljard dollar ophalen.

Niet omdat het dat geld nodig heeft – het prospectus heeft het vaag over het versterken van werkkapitaal en mogelijke overnames – maar omdat de kans te mooi is om te laten liggen. Na de jongste kapitaalronde zal Google bijna 8 miljard dollar cash op de bank staan hebben.

Zoveel gekte kan niet ongestraft blijven.

Voor wie ze wil opmerken, zijn de eerste donkere wolken al over de beursvloer gaan hangen. Short sellers, beleggers die erop gokken dat aandelen binnenkort zullen dalen, beginnen steeds grotere posities te nemen in de meest gehypte aandelen.

Zowel op de Nasdaq als op de New York Stock Exchange hebben de volumes à la baisse in de loop van dit jaar het hoogste peil bereikt sinds 2000, het jaar waarin de internetzeepbel begon te barsten.

Zo waren in augustus 8,33 miljoen Google-aandelen uitgeleend aan shorters, 3 procent van het vrij verhandelbare volume.

In juli bedroeg de short interest in Google nog maar 7,84 miljoen aandelen.

3. DE GROEI BEDREIGD

Google is niet alleen een zoekrobot, maar vooral een advertentiemachine. Vorig jaar haalde Google ongeveer de helft van zijn omzet van 3,2 miljard dollar uit advertenties.

Ook dit jaar profiteert Google van de verschuiving van budgetten uit meer traditionele media naar on-linemarketing.

Die verschuiving zou best wel eens een duurzame trend kunnen worden, waar ook bedrijven als Yahoo en Amazon hun voordeel mee kunnen doen. Toch is de afhankelijkheid van advertenties niet erg geruststellend. Google domineert de on-linereclamemarkt voorlopig omdat miljarden gebruikers een voorkeur tonen voor de zoekfunctie van het bedrijf. Maar hoe lang zal Google nog tot de absolute favorieten van internetgebruikers behoren?

Door de overdaad aan informatie krijgen gebruikers misschien een grotere voorkeur voor sites die gegroepeerd zijn rond één thema (zoals Resto.be voor restaurants of CNN voor nieuws) of gerichter, per onderwerp, zoeken (zoals Yahoo). Dreigt Google ook niet in elkaar te zakken onder het gewicht van zijn eigen succes? Op discussiefora lees je al eens klachten en vermoedens dat goede adverteerders ‘beloond’ worden met een zoekresultaat dat hoger in de lijst staat dan ze verdienen.

4. HET MICROSOFT VAN DE TOEKOMST

Omdat Google zelf meer wil zijn dan een softwarebedrijf dat internetpagina’s ordent – of omdat het zijn dominantie vanuit die markt wil uitbreiden – is het bedrijf hard aan het werk om te diversifiëren.

Zo ging het in concurrentie met aanbieders van internettelefonie en pakt het met zijn desktopsoftware zelfs Microsoft aan. Die module om informatie op de eigen computer te doorzoeken is zo volledig dat ze volgens sommigen begint te lijken op een klein besturingssysteem. Anderen gokken er dan weer op dat Google verregaande plannen heeft om ‘iets’ te doen met draadloos internet. Dat Google zijn actieterrein uitbreidt, is erg verstandig.

Maar de kans dat het erin zal slagen even dominant te worden op die nieuwe terreinen als het nu is bij het ordenen van informatie, is klein. Het vergt van Brin, Page en de honderden andere briljante onderzoekers in Googleplex, Californië, een onwaarschijnlijke vooruitziendheid.

5. EEN ZEE VOL HAAIEN

Bovendien zit de zee waarop Google wil gaan varen vol haaien. Grote namen als America Online, Yahoo en eBay blijven niet bij de pakken zitten. In tegenstelling tot Google zijn die bedrijven bereid met agressieve overnames hun bereik te vergroten.

De grootste haai is natuurlijk Microsoft zelf, een bedrijf dat een reputatie heeft voor het breken van jonge ondernemingen die te bedreigend worden. Het bedrijf van Bill Gates gaat zelfs achter gevestigde bedrijven als Sony aan, door een concurrent voor de PlayStation (de Xbox) de markt in te duwen. Microsoft verdient zeker geen prijs voor vernieuwing: die eer komt onder meer Apple en Google toe.

Maar het weet als geen ander vernieuwingen naar zijn hand te zetten en te integreren in zijn eigen software en daarmee de concurrentie plat te slaan.

Google-beleggers zijn gewaarschuwd.