Europese rente

De renteverhoging door de Europese Centrale Bank is een reactie op het verhoogde inflatiegevaar dat de ECB uit haar statistieken afleest. De toegenomen druk op het algemeen prijsniveau wordt vooral veroorzaakt door de explosie van de olieprijzen. Die hebben de wereldwijde groei intussen wel voldoende vertraagd om het gevaar van een nieuwe olieschok in de nabije toekomst te minimaliseren. Toch verhoogt de ECB de rente, want het is niet omdat de olieprijs sinds het einde van de zomer weer fors is gedaald dat het inflatierisico bezworen is. Het blijft echter dansen op het slappe koord, want de Europese economie blaakt niet echt van gezondheid.

HET begon ruim anderhalf jaar geleden, in de lente van 2004. De Chinese economie groeide toen al een tijdje tegen een verschroeiend tempo en in haar kielzog was de wereldeconomie haar sterkste prestatie aan het neerzetten sinds 1976. De groei was zo krachtig dat de economie wereldwijd tegen haar eigen limieten aanbotste.

De industriële activiteit nam vooral in China, maar ook in de VS, zo sterk toe dat de vraag naar grondstoffen explodeerde. Het resultaat was een zelden geziene stijging van de prijzen van steenkool, staal, aluminium en, vooral, olie.

Naast de uitzonderlijk krachtige toename van de vraag, speelde voor olie ook nog de schrik voor terroristische aanslagen die de aanvoer op termijn in het gedrang zouden kunnen brengen. Daarom sloten uitzonderlijk veel bedrijven termijncontracten af in de hoop hun bevoorrading veilig te stellen. Er werd ook zwaar gespeculeerd op de oliemarkt. Op het piekmoment in 2004, toen de olieprijs rond de 55 dollar per vat schommelde, schatten experts dat ruim 40 procent van de contracten zuiver speculatief was.

Midden april van dit jaar waarschuwde de Amerikaanse zakenbank Goldman Sachs in een rapport voor een ongeziene stijging van de olieprijs. ,,Mogelijk meer dan 105 dollar voor een vat ruwe olie'', luidde het. Koppel dat aan het traditioneel hoge Amerikaanse olieverbruik in de zomermaanden, en meer was er niet nodig om een nieuwe speculatiegolf op gang te brengen.

Voeg daar nog een paar orkanen aan toe die een deel van de olieproductie in de VS ontregelden of zelfs tijdelijk stillegden, en de prijs werd eind augustus voor het eerst in de geschiedenis tot boven de 70 dollar per vat gekatapulteerd.

Maar nadien brokkelde de olieprijs af. Een vat ruwe olie kost nu nog ,,nauwelijks'' meer dan 50 dollar, evenveel als ruim een jaar geleden. Maar dat is nog altijd zowat bijna het dubbele van twee jaar geleden.

De gevolgen van de hoge olieprijs zijn niet te onderschatten. Volgens de meeste economische modellen kost elke 10 dollar prijsstijging 0,4 procentpunt groei in de industrielanden. En sommige economen zijn ervan overtuigd dat het effect in het tweede jaar na de prijsstijging nog groter is.

Kijk maar naar de groei van het afgelopen jaar. Waarschijnlijk vlagt de wereldeconomie dit jaar af op een groei van 3,1 procent. Dat is een puike prestatie, maar duidelijk minder dan de 5 procent van 2004.

De opeenvolgende olieschokken hebben de groei dus duidelijk vertraagd, maar doordat kapitaal het hele jaar door goedkoop is gebleven, bleef het vertrouwen van beleggers en consumenten overeind. Goedkoop geld, zegt de beleggingsstrateeg William De Vijlder van Fortis Investments, moet je ruim interpreteren. Er is (was) niet alleen de lage rente, maar ook de gunstige evolutie van de aandelen- en obligatiekoersen.

Daardoor bleef de neiging om risico te nemen op een redelijk hoog niveau, zowel bij bedrijfsleiders als bij consumenten en beleggers. Dat bevorderde dan weer de economische groei, wat de beurskoersen deed stijgen en het vertrouwen verder opstuwde.

Het oude Europa stelde bij dat alles teleur. De groei bleef er erg beperkt, terwijl hij elders in de wereld op een meer dan behoorlijk peil bleef.

In de Verenigde Staten is de rente al sinds midden vorig jaar aan het stijgen. Sinds juni 2004 verviervoudigde ze, en nog lijkt het ,,neutraal'' niveau niet bereikt waarbij ze de groei stimuleert noch afremt. Europa is nog lang zo ver niet. De renteverhoging van gisteren is de eerste in meer dan vijf jaar.

De Vijlder ziet de rente in de eurozone volgend jaar nog met een half procentpunt stijgen, tot hooguit 2,75 procent dus. De Amerikaanse rentestijging zal allicht sneller verlopen en daardoor mogelijk ook midden volgend jaar al stilvallen.

In beide continenten zal veel, zo niet alles afhangen van de evolutie van de inflatie. De olieprijzen stijgen weliswaar niet meer, maar dat belet niet dat de inflatie in de eurozone sinds januari niet meer onder de doelstelling van de Europese Centrale Bank is beland. Na de zomer liep ze op tot 2,5 procent en pas in oktober zakte ze weer wat tot 2,4 procent.

De ECB vreest vooral dat de hoge olieprijzen uiteindelijk in steeds meer sectoren zullen doorsijpelen naar de prijs van het eindproduct en zo de inflatie opdrijven. Aanhoudend dure olie betekent op termijn hogere energiefacturen voor alle bedrijven en in veel sectoren ook duurdere onderdelen.

Kortstondige pieken kunnen aankopers min of meer opvangen door te schuiven met hun bestellingen, maar tegen een aanhoudend hoge prijs is geen kruid gewassen. Het huidige prijsniveau doet bijvoorbeeld de prijs van autobanden oplopen, net als die van kunststofbumpers, het instrumentenbord, ruiten, koplampen, verven, binnenbekleding, stoelen, tot zelfs ... de benzinetank toe. En zo moet uiteindelijk ook de prijs van de auto omhoog, die dan bovendien nog op duurder geworden benzine rijdt.

Door de rente te verhogen maakt de ECB geld, en dus ook krediet, duurder. Daardoor wordt de consumptie afgeremd en dat vermindert de greep van bedrijven op de prijzen. Als met andere woorden de vraag voor hun producten minder snel toeneemt, is het moeilijker om de duurdere olieprijzen door te rekenen naar de eindproducent. Dat signaal gaat dan stroomopwaarts langs de producenten van onderdelen en halfafgewerkte producten en zo neemt het doorsijpelen van de hogere olieprijzen af.

Meteen is ook duidelijk wat de risico's zijn. Als de ECB zich misrekent en haar rente te snel of te fors laat stijgen, dreigt ze de al erg zwakke Europese groei de nek om te wringen. Vooral de Europese politici zijn bevreesd voor dat scenario. Daarom repte de ECB zich de voorbije weken om aan te geven dat één renteverhoging niet het startsein vormt voor een hele reeks, zoals dat wel het geval was in de VS.

Economen als De Vijlder relativeren het risico voor de groei. De Europese economie moet het voorlopig nog veel meer hebben van de buitenlandse vraag dan van de binnenlandse consumptie. De rentestijging heeft enkel invloed op de binnenlandse vraag en dus blijft het effect op de groei gering, luidt het.

De Fortis-econoom ziet de Amerikaanse economie nog tot een stuk in 2006 stevig doorzetten en dus haar locomotiefrol voor de Europese economie blijven spelen. Als de groei in de VS -mogelijk onder druk van verdere rentestijgingen in eigen land - tegen de zomer onder de 3 procent zou zakken, kan de fut er bij de consument wat uit raken en dat zal dan na een poosje ook de Europese groei vertragen.

Toch valt er op termijn niet aan verdere rentestijgingen te ontkomen, vrees De Vijlder. Als het met de economie bergaf zou gaan, moet een centrale bank de rente kunnen verlagen om investeringen en consumptie op te krikken. Maar daarvoor heeft ze een marge nodig. De rente laten zakken als ze op 4 of 5 procent staat, heeft veel meer effect dan wanneer ze al maar 2,25 procent bedraagt. Dat dilemma speelt meer in de VS dan in de eurozone omdat de ECB zich officieel van de groei niets hoeft aan te trekken en enkel oog heeft voor de beteugeling van de inflatie.