Grondstoffen

Het lot van de mens : je beseft pas hoe goed je het had wanneer je in een minder comfortabele situatie belandt. Een automobilist lijdt nu pijn aan de pomp, maar heeft eigenlijk gedurende heel de jaren negentig goedkoop rondgereden. Enkel accijnzen hielden de prijzen op peil. En dat geldt voor vele consumptiegoederen: de prijscomponent van de grondstoffen is soms echt verwaarloosbaar geworden.

Aan die jarenlange dalende trend lijkt nu een einde gekomen. Natuurlijk hebben de prijzen voor grondstoffen altijd schommelingen gekend. Niet voor niets benoemen beleggers bedrijven uit deze sfeer met de term cyclisch. Diepe dalen wisselen elkaar relatief snel af met hoge pieken.

Dat komt omdat de leveranciers van de grondstoffen bij hoge prijzen hun aanbod verhogen, waardoor er overaanbod komt en de prijzen dalen.

In dat spel hebben de klanten de voorbije twintig jaar de overmacht gekregen. Door technologische vernieuwing en omdat de groei van de vraag afkalfde. De pieken van de cyclus werden lager en de dalen steeds dieper. Dat stortte de grondstoffensector in een diepe crisis.

Maar precies daarom geloven sommige analisten dat we na de jongste, ongewoon sterke hausse van de prijzen, nauwelijks een terugval zullen kennen: de grondstoffen zijn bezig aan een supercyclus, waar de opgaande beweging hoger zal reiken en veel langer zal duren.

Door de jarenlange bodemprijzen van de grondstoffen is er erg lang weinig geïnvesteerd in vernieuwing van de capaciteit. Daarom is de sector nauwelijks in staat om de groeiende vraag van de jongste jaren te beantwoorden. En die vraag groeit nu net erg hard. Onder leiding van China zijn een hele reeks groeilanden aan een forse economische expansie bezig. China, het snelst groeiende land, heeft zelf erg weinig grondstoffen. Bovendien vraagt de groei van China drie keer meer grondstoffen dan de groei in het Westen. China bouwt nog volop een basisinfrastructuur uit.

En dat kan nog lang duren, want de meeste van de 1,2 miljard Chinezen hebben nog nauwelijks deelgenomen aan de expansie van hun land. China is nu al een van de grootste olieverbruikers ter wereld, verbruikt de helft van wereldconsumptie in cement, een derde van het staal, enzovoort.

De grote vraag lijkt nu of de expansie van de nieuwe groeilanden in het tempo van de voorbije jaren kan en zal voortgaan. Want net zoals grondstoffen evolueren ook economieën in cycli.

Hopen op een snel groeiend aanbod om de grondstoffenprijzen af te remmen, lijkt ijdel. Pas nu lijkt de industrie te zijn wakker geschoten. Maar de nieuwste exploratieprojecten voor olie zullen pas binnen enkele jaren resultaten opleveren. In de mijnbouwsector duurt het soms nog langer.

De economie is aan een erg moeilijke evenwichtsoefening begonnen. Want hopen op een lagere groei in China om de prijsdruk van de grondstoffen te halen, is misschien ook niet de oplossing. Dan dreigt de wereldeconomie haar belangrijkste groeier kwijt te geraken. Anderzijds kunnen ook nog verder oplopende grondstoffenprijzen de wereldeconomie de nek omwringen.