Fraude op groeimarkten

Managers vrezen fraude en corruptie op hun groeimarkten, maar 40 procent heeft geen fraudebeleid.
Dat blijkt uit de negende Global Fraud Survey van Ernst & Young. De consultant ondervroeg daarvoor 586 topmanagers van grote bedrijven uit negentien landen, waarvan er acht als groeimarkt werden beschouwd. Zowat een op de vijf ondervraagden zei al eens het slachtoffer geweest te zijn van fraude. Bij de bedrijven die actief zijn op ontwikkelde markten, gebeurde dat in 75 procent van de gevallen in hun thuisland of een ander ontwikkeld land.

Toch zijn de managers het meest bevreesd voor fraude op de groeimarkten. Zestig procent van de respondenten in ontwikkelde landen vindt het risico groter op groeimarkten dan in ontwikkelde landen, ook al gebeurt 75 procent van alle fraudegevallen in de ontwikkelde markten. Bijna de helft haalt daarbij omkoperij en corruptie aan als grootste risico. Uit de enquête bleek ook dat een op de vijf ondernemingen na een risico-evaluatie besloot om niet te investeren in een groeimarkt.

Bij managers in groeilanden zit de schrik er nog meer in: bijna negen op de tien (zo'n 86 procent) van de bedrijven die er gevestigd zijn, achten de kans op fraude er hoger. Die kloof tussen perceptie en realiteit duidt er op dat de fraudemaatregelen van de ontwikkelde landen blijkbaar nog niet doorgedrongen zijn tot de groeimarkten.

Ondanks de angst, nemen veel bedrijfsleiders echter zelden geschikte maatregelen om de risico's zo veel mogelijk te beperken. Zo krijgt een op drie werknemers in landen waar fraude schering en inslag is, geen opleiding over de verschillen tussen financiële incentives en smeergeld. En zelfs als er over een beleid gecommuniceerd wordt, krijgt 25 procent van het personeel geen training over de toepassing ervan.

Strenge interne controles blijven voor de meeste bedrijven de belangrijkste antifraudemaatregel. Verschillende losse maatregelen worden maar sporadisch tot een echt programma gebundeld en er wordt bijna nooit gecontroleerd of ze ook daadwerkelijk toegepast worden. Twee op de vijf bedrijven hebben geen formeel of gedocumenteerd antifraudebeleid, een cijfer waarin sinds de vorige Global Fraud Survey uit 2003 nauwelijks verandering kwam.

Ook wat de specifieke Belgische situatie betreft, is er nog werk aan de winkel. ,,In vergelijking met de Angelsaksische landen hinken wij nog achterop op het vlak van fraudepreventie", zegt Inge Boets van Ernst & Young. ,,Belgische bedrijven hebben fraudebestrijding in het verleden te weinig als prioriteit beschouwd. Zeker in de VS is er de voorbije jaren, door een aantal financiële schandalen, veel veranderd. Vooral de wetgever trok daar de kar. Bedrijven moesten fors in interne controle- en auditsystemen investeren en dat hielp. Een mooi voorbeeld is de fraudelijn die over de oceaan al goed ingeburgerd is en die al vaak bedrijfsfraude aan de oppervlakte bracht. Ook in België zagen we de opkomst van die zogenaamde klokkenluiders. Ongeveer twee op de vijf bedrijven zeggen dat het aanmoedigen van klokkenluiders een belangrijk deel van hun fraudebenadering is."